Pagina's

3.5.11

Van de buurt en de stad



EEN KWESTIE VAN LOGISTIEK
Bovenstaande afbeelding (aan te klikken voor een vergroting) van de Stichting 1940-1945 toont de vervoersstromen zoals die in de Tweede Wereldoorlog het land beproefden. Men ziet hoe de Duitsers voorraden roofden en vee. De hongertochten vanuit het Westen staan erop en Westerbork.
Naar de deportaties van Joden blijft het, wat deze kaart aangaat, echter gissen.


De Nederlandse Spoorwegen zelf zou je er na de oorlog niet over horen en later evenmin. Meer valt op te maken uit een documentaire die 30.9.08 door ARTE werd uitgezonden: Nach Fahrplan in den Tod. Over de soepeltjes verlopen communicatie tussen de Nederlandse, Franse en Tsjechische spoorwegen enerzijds en hun Duitse collega's anderzijds bij de aanpak en uitvoering van de deportaties.

Als grootste werkgever van het land onthielden de Spoorwegen zich van de Februari-staking. Hun voornaamste zorg gold het 'overeind houden' van het bedrijf. Collaboratie met de bezetter vond al plaats vóór Wilhelmina's aanvankelijke oproep vanuit Londen tot samenwerking met het nieuwe regime. En in 1942, toen Westerbork aan de Duitsers werd overgedragen, negeerden de N.S. een oproep uit Londen om niet te collaboreren. In plaats ervan stelde men de Duitsers 148 treinen ter beschikking.

De plannen der nazi's met de Nederlandse Joden konden een ieder hier ter lande bekend zijn, aldus de makers van de documentaire, aangezien die Kerstavond 1942 in een radio-uitzending met zoveel woorden waren aangekondigd.

Zo gezegd, zo gedaan. Vanaf april 1943 vertrokken elke zondagavond volgeladen wagons oostwaarts. Te Amsterdam fungeerde het Muiderpoort-station als opstapplaats. Om 'normale' reizigers niet tot aanstoot te zijn, werden de Joden niet langs de normale route naar het perron geleid, maar via een door-sluip-zijgang. Daar waar men nu de fietsenstalling weet. Onder het motto 'Das wird gemacht' weigerde geen enkele voorman deelname aan het bewapende vervoer. Aparte functionarissen reisden mee om het transport, waarvan gemiddeld één-derde de reis niet overleefde, aan de landsgrens over te dragen aan de Duitsers.
Voor dit vervoer van in totaal 107.000 Joden zond de N.S. Duitsland telkens gespecificeerde nota's. Men ziet aan de hand daarvan precies hoeveel voor welke personen werd gerekend. Bijvoorbeeld op 3.9.44 voor Anne Franks overtocht. De nota's voldeed men ginds uit opbrengsten van de verkoop van geroofde Joodse goederen.

In de documentaire toont een vrouw een door haar vader in het geheim genomen foto, van drukte op treinstation Vught, nadat dit in 1943 als overslagplaats was aangewezen. Het is de enige foto die ervan bestaat. Met ons vroeg de vrouw zich af wat je in deze tijd zelf zou doen: men bekleedt laten we zeggen een functie in het management der N.S. en werd nu met een dergelijke taak belast.

De spoorwegen zijn nimmer ter verantwoording geroepen voor hun voorbeeldige medewerking. In Frankrijk deinsde de S.N.C.F. er zelfs niet voor terug een glossy kleurenfilm te doen produceren waarin heldhaftig verzet wordt gesuggereerd. Monumenten aan het spoor bestaan er niet. Van Nederlandse zijde werden ooit een keer excuses gemaakt, waarmee de kous af diende te zijn. Vraaggesprekken over dit onderwerp zijn sindsdien stelselmatig geweigerd.
Als enige hebben de Tsjechische spoorwegen recentelijk een treinstel ingericht als reizende tentoonstelling. Onder de naam Project Wagon poogt die met name jongeren een indruk te geven hoe een en ander in z'n werk ging.

Wie bij ons anno 2011 de officiële activiteiten rond 4 en 5 mei doorneemt, stuit op een expositie die een kleine doorbraak belooft. Tot medio juni is aan het Anton de Komplein in Amsterdam Zuidoost de foto-expositie Sporen van het verleden te zien. Een 'primeur voor Amsterdam. Centraal in deze tentoonstelling staan de Dodenspoorwegen in de Tweede Wereldoorlog'.
Nadere bestudering van de info leert ons vervolgens dat Nederland hierbij zelf helaas buiten de boot is gevallen. De bewuste sporen verwijzen namelijk naar de Birma/Siam-spoorweg. 'In de afgelopen decennia is er veel verdwenen of veranderd; wat overgebleven is, zal verdwijnen door de tand des tijds. Net als de mensen die eraan gewerkt hebben. Een stuk "tastbare" geschiedenis verdwijnt langzaam maar zeker. Documentair fotograaf Raoul Kramer heeft de gevonden sporen in het landschap vastgelegd.'
Als fotograaf zou ik eerlijk gezegd eveneens de voorkeur hebben gegeven aan Azië als bestemming voor een werkreis. Niettemin kan men voor volgend jaar gerust eens overwegen - zeg in het kader van de Crisis - ietwat dichter bij huis een sporenjacht te organiseren. 
Nederland heeft zoveel meer te bieden dan je denkt weet je!
Nach Fahrplan in den Tod





Op circa 800 adressen in de Oosterparkbuurt waren Joodse huishoudens gevestigd, die de oorlog niet overleefden. Wie waren deze bewoners?
Frits Slicht, bekend van de online-community Het Geheugen van Oost, deed onderzoek en presenteert zijn bevindingen.
● 4.5.11 ☼ 20 u.

→ 'Mijn speurtocht naar het Joodse verleden van de Transvaalbuurt'



ZICHTBAAR
Het Amsterdamse 4 &5 mei Comité heeft alle Amsterdammers opgeroepen om hun huis op 4 mei te markeren als daar tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden woonden die gedeporteerd zijn. Het is de bedoeling dat op straat te zien is waar de 61.700 vermoorde Joden uit Amsterdam precies woonden.
'Zo wordt zichtbaar hoe Joods de hoofdstad was en hoe omvangrijk het drama', aldus het comité. 'De grootste aanslag die de stad meemaakte was niet op gebouwen maar op de bevolking gericht, op de Joden. Hadden ze geleefd dan was Amsterdam wellicht een andere stad geweest. Dit project maakt die vernietiging van menselijk leven voor ten minste één dag zichtbaar.'

De namen van de omgebrachte Amsterdamse Joden staan op het online Joods Monument.
Het genoemde comité heeft aan de hand van deze namenlijst en met hulp van het Joods Historisch Museum de adressen van alle Joodse huizen geïnventariseerd. Aldus kwam een adressenlijst tot stand, die met toelichtingen en raambiljet eind april mee verspreid werd met Het Parool en op diverse locaties gratis verkrijgbaar is gebleven.
Bedoeling is dat Amsterdammers uitzoeken of zij in een huis wonen waarvandaan Joden zijn afgevoerd en zo ja de poster op 4 mei zichtbaar voor hun raam hangen. Op het online Joods Monument kan men een database raadplegen met informatie over voormalige bewoners.
Vrolikstraat
Derde Oosterparkstraat
Vierenzestig huis 




*