Pagina's

31.12.11

Jean Genet



Alberto Giacometti ontmoette Genet in 1954 tijdens een van zijn nachtelijke zwerftochten door Montparnasse. De schuchtere Giacometti was gefascineerd door Genets avontuurlijke leven en schilderde diens portret. Volgens Genet werkte Giacometti voor tijdgenoten noch voor komende generaties. 'Hij maakt beelden die de doden in vervoering zullen brengen. Zijn werk brengt het dodenvolk kennis over omtrent de eenzaamheid van ieder wezen, ieder voorwerp', het besef dat die onze onmiskenbare trots vormt.
'Aan de basis van de schoonheid ligt niets anders dan de kwetsuur, die uniek is, voor iedereen anders, verborgen of zichtbaar en die elk mens van binnen met zich meedraagt, die hij behoedt en waarin hij zich terugtrekt als hij de wereld wil ontvluchten voor een tijdelijke maar intense eenzaamheid. Giacometti's kunst bestaat eruit deze geheime kwetsuur van elk mens, elk ding bloot te leggen opdat dit die persoon zal inspireren.'
Jean Genet (1910-1986) had tussen 1944 en 1947 vier romans gepubliceerd, waaronder Onze Lieve Vrouwe van de Bloemen, plus enige lange gedichten. In 1947 verschenen twee toneelstukken, gevolgd door de biografische roman Dagboek van de dief. Deze creatieve explosie luidde een onvruchtbare periode in van bijna acht jaar.
Tussen 1955 en 1957 beleefde hij opnieuw een creatieve fase. De essays De koorddanser en Het atelier van Alberto Giacometti zagen toen het licht, alsmede De Negers en twee andere theaterstukken. Daarna zou alleen nog, kort na zijn dood in 1986, de roman Een verliefde gevangene verschijnen.



Genet was in 1968 na een lange reis teruggekeerd in Parijs, en van daaruit doorgereisd naar de VS - om de Democratische Conventie bij te wonen. Hij ontmoette William Burroughs en ook de Black Panthers. Twee jaar later was hij er weer.
'De zwarten van Amerika lijken te beschikken over een natuurlijke poëtische ingesteldheid, en hun ontdekkingen op het vlak van de politieke strijd vloeien op een merkwaardige wijze voort uit een poëtisch gevoel van de wereld. Ik ben ervan overtuigd dat de politieke opvattingen van de Black Panthers voortspruiten uit de poëtische visie van de Amerikaanse zwarten. Uit de poëtische rijkdom van hun onderdrukte volk de wil geput hebben een stevige revolutionaire theorie uit te werken.
Ik meen dat de tijd gekomen is om een even nieuwe woordenschat te ontwikkelen, en een syntaxis die in staat is ieders aandacht te vestigen op de dubbele strijd - poëtisch en revolutionair - van bewegingen van blanken die vergelijkbaar zijn met die van de Black Panthers.'
Vervolgens bracht Genet een bezoek van een week aan Palestijnse bases dat uit zo groeien tot een tweejarig verblijf. Zijn laatste boek, Een verliefde gevangene, zou gaan over de Palestijnen en de Black Panthers. Het waren minderheden die de geschiedenis schreven en die het nieuwe en vernieuwende brachten.
'De zwarten zijn in het witte Amerika de tekenen die de geschiedenis schrijven: op de blanco pagina zijn zij de inkt die er een zin aan geven.(…) De zwarte woorden op de Amerikaanse blanco pagina worden soms doorgeschrapt, uitgevlakt. De mooiste verdwijnen, maar het zijn die welke verdwenen zijn die het gedicht vormen - of liever gezegd het gedicht van het gedicht.
Als de witruimten de pagina zijn, zijn de zwarten het geschrift dat een betekenis heeft - maar niet die van de bladzijde, of niet alleen van de bladzijde. Het gewemel van witruimten blijft de ondersteuning van het schrift en vormt er de kantlijn van. Doch het gedicht is samengesteld uit de afwezige zwarten - u kunt dat de doden noemen, zo u wilt - de afwezige, anonieme zwarten wier ordening het gedicht vormt, waarvan de zin me ontgaat, maar de werkelijkheid niet.’
Interessant is hoe Genet een 'onderscheid maakte tussen de lezers voor wie hij schreef, en anderzijds de lezers tegen wie hij schreef, de wereld die hem uitgesloten had en waartegen hij zich als mens en als individu moest affirmeren. In zijn literaire (en politieke) strategie stelde hij dus twee werelden tegenover elkaar: de wereld waartoe hij behoorde, de wereld van de uitgeslotenen, en de wereld van de zogenaamde normalen, degenen door wie de paria’s uitgesloten worden.' Het begin van Onze Lieve Vrouw van de Bloemen is op deze tegenstelling gebaseerd:
'Weidmann verscheen aan jullie in de vijf uur editie, zijn hoofd omzwachteld met smalle witte banden. (…) Zijn knap gezicht, door machines vermenigvuldigd, streek neer over Parijs en over heel Frankrijk, in de verste uithoeken van de meest afgelegen dorpen, in kastelen en hutjes en openbaarde de bekommerde burgers dat betoverende moordenaars hun dagelijks leven betreden…'
In een interview vertelde Genet dat de corrector van de drukkerij meende dat het om een schrijffout ging en in de openingsregel aan jullie wilde vervangen door aan ons. In de Nederlandse vertaling werd e.e.a. zelfs geheel weggelaten. Genet: 'Ik stond erop dat de term aan jullie behouden bleef, want daarmee benadrukte ik alvast het verschil tussen degenen tot wie ik spreek, en het ik dat tot jullie spreekt.'
Het interview vervolgde:
'- U neemt afstand?
"Ik nam afstand, maar door de regels te respecteren, jullie regels."
- Hebt u nooit zelf regels uitgevaardigd?
"Ik meen dat uiteindelijk gans mijn leven tegen de witte regels geweest is."
- Wat bedoelt u met wit?
"De blanken."'

'Wij worden ons steeds bewuster dat de revolutionaire
gedachte voortspruit uit een poëtische emotie'


Zijn leven lang is Genet opgekomen voor de vreemdelingen die in Frankrijk woonden, met velen van hen was hij persoonlijk bevriend. Hij kende hun leven en hun lijden. In een boekbespreking uit 1974 brak hij een lans voor schrijvers die het lot van de immigranten in hun romans behandelden:
'Ahmed en Tahar Ben Jelloun schreeuwen de grote ellende van deze arme lui van hier en elders uit, hun fysieke ellende als arbeider, de miserie van alle arbeiders, hun materiële ellende als mens die men gebruikt en wegwerpt als hij opgebruikt is, hun intellectuele ellende als een mens die in verwarring gebracht is door de strengheid van de Franse taal waarin de hardvochtigheid van de heersers uitgedrukt wordt, en - dit is nieuw - hun seksuele ellende als man die verteerd wordt van binnenuit, en hun verscheurende stemmen worden verstikt door een zeer grote stilte. Daarom moet ik spreken, en ik zal dat doen met des te meer ijver daar onze intellectuelen, degenen die men nog domweg onze meester denkers noemt, niets van zich laten horen. Degenen van wie men het meeste verwachtte, zwijgen. Door te weigeren mee te huilen met de onderdrukten, huilen ze mee met de wolven.'
De Fransen riep hij op de boeken over het leven van de immigranten te lezen, 'hun eenzaamheid en ellende zijn ook de onze.' In september 1982 bevond Genet zich in Beiroet toen de bloedbaden plaatsvonden in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila. Als reactie publiceerde hij Quatre heures à Chatila, een verslag van zijn bezoek aan Chatila na het gebeuren. In een van de zeldzame publieke optredens in zijn latere levensjaren droeg hij, uitgenodigd door de Oostenrijkse filosoof Hans Köchler, hieruit voor bij de opening in Wenen in december 1983 van een expositie over de bloedbaden van Sabra en Chatila.
 
→ bron
→ interview 1981
→ 'Vervloekte woorden…'